natuurspeurtocht
Voeldoos thema valentijn
Duur
10-15 minuutjes
Terrein / locatie / plaats
Binnen
Aantal deelnemers + leeftijd
Ongeveer 4 per keer (peuters)
Aantal spelleiders/begeleiders
1
Ontwikkelings(deel)domeinen die hier gestimuleerd worden. Wees voldoende gedetailleerd!
Fysieke ontwikkeling:
Fijne motoriek: Het voelen en vastpakken van verschillende voorwerpen in de doos helpt peuters om hun hand- en vingerbewegingen te verfijnen.
Hand-oogcoördinatie: Peuters leren hun handen te sturen terwijl ze in de doos reiken om iets te voelen.
Sensorisch: De voeldoos stimuleert de tastzin. Peuters leren texturen, vormen en materialen herkennen, zoals zacht, ruw, glad of hard.
Cognitieve ontwikkeling:
Denken: Ze proberen te raden wat ze voelen zonder het te zien, wat hun denkvermogen prikkelt.
Taal: Door te beschrijven wat ze voelen ("Het is rond en zacht! Misschien een bal?") leren ze nieuwe woorden en ontwikkelen ze hun woordenschat.
Socio-emotionele ontwikkeling:
Sociaal: Als ze samen met anderen aan de voeldoos werken, leren ze op hun beurt wachten en ervaringen delen.
Emotioneel: Ze leren emoties uiten zoals verrassing, enthousiasme of nieuwsgierigheid bij het ontdekken van een voorwerp.
Ervaringsgebieden:
- Ik en de ander
- Communicatie en expressie
- Lichaam en beweging
- Verkennen van de wereld
Materiaal + verantwoordelijke
Ikzelf zorg voor de voeldoos en de blaadjes met thema natuur en Valentijn op
Schets inrichting speldomein (kies de juiste opstelling uit de bijlage op SMS of teken zelf mét legende)
Wie zet wat op voorhand klaar? (Verduidelijk eventueel in je schets)
De voeldoos zet ik klaar op tafel en de kindjes gaan er rond zitten
Spelregels
Schrijf de basisspelregels uit.
- Om te beurt
- Niet kijken in de doos
- Raden bv hoe voelt het?
Moeilijkheidsgraden
Noteer hier hoe je de spelregels kan vereenvoudigen en moeilijker maken voor de doelgroep (= drie moeilijkheidsgraden).
Makkelijk:
Inhoud van de doos: Grote en eenvoudige voorwerpen zoals een zachte knuffel, een houten blokje of een plastic lepel.
Spelregels:
- Laat de kinderen gewoon voelen en benoem samen wat ze voelen.
- Je kunt hints geven: "Voelt het hard of zacht? Denk je dat je dit al eens hebt gezien?"
Focus: Zintuiglijke ontdekking en woordenschatontwikkeling, zonder nadruk op goed of fout.
Gemiddeld:
Inhoud van de doos: Voorwerpen met duidelijke kenmerken, zoals een borstel (ruw), een bal (rond), of een washandje (zacht).
Spelregels:
- Laat de kinderen het voorwerp voelen en beschrijven: "Wat voel je? Is het hard of zacht, groot of klein, glad of ruw?"
- Laat ze proberen te raden wat het is, zonder hints.
- Laat ze daarna zien of ze het goed hadden.
Focus: Zelf nadenken, beschrijven en zelfstandig oplossingen bedenken.
Moeilijk:
Inhoud van de doos: Complexere of minder bekende voorwerpen zoals een speelgoedfiguurtje, een stapelbekertje, of een sleutel.
Spelregels:
- Geen hints geven; laat de kinderen het helemaal zelf proberen.
- Introduceer eventueel een tijdslimiet, zoals "Je hebt 10 tellen om te voelen en te raden!"
- Je kunt ook thema's gebruiken, zoals "Alle voorwerpen in de doos zijn dieren" of "Alle voorwerpen komen uit de keuken."
Focus: Herkenning, probleemoplossend denken en het volgen van thema's
Uitleg van de activiteit (inleiding – midden – slot)
Zorg voor een creatieve inleiding (= op welke manier maak je de kindjes warm om deel te nemen aan je activiteit) en een creatief slot (sluit de activiteit op een leuke manier af).
Inleiding
De kindjes bij elkaar roepen en zeggen dat ze mogen gaan zitten. Ik zal hun vertellen wat we gaan doen en de doos tonen. Maar jullie mogen niet in de doos kijken en proberen raden waar de voorwerpen moeten (bij welk plaatje natuur of Valentijn). Jullie mogen elk om de beurt met jullie hand in de doos en voelen.
Midden
Start van het spel:
"Oké, wie wil er als eerste voelen? Stop je hand in de doos, maar niet kijken, hoor!"
Beschrijving over het voorwerp:
Moedig het kind aan om te vertellen wat ze voelen:
"Wat voel je? Is het groot of klein? Hard of zacht?"
Raden:
Laat het kind raden wat het voorwerp is.
Als het moeilijk is, kun je een hint geven, zoals: "Je gebruikt het om je haar te kammen" (bij een borstel).
Volgende beurt:
Laat elk kind om de beurt een voorwerp voelen en raden.
Slot
Vertellen dat ze het goed gedaan hebben en vragen wat ze ervan vonden.
Wie doet wat tijdens de activiteit?
Kindjes voelen in de doos
Wie voert de nazorg uit?
Ik steek alles terug in de doos en ruim alles op