bewegingsactiviteit
Ballonnenrace
Duur
15 minuutjes
Terrein / locatie / plaats
Binnen
Aantal deelnemers + leeftijd
4-6 + oudste peuters
Aantal spelleiders/begeleiders
1
Ontwikkelings(deel)domeinen die hier gestimuleerd worden. Wees voldoende gedetailleerd!
Fysieke ontwikkeling:
Grove motoriek: Peutertjes rennen, springen… om de ballon vooruit te krijgen. Dit helpt bij het ontwikkelen van balans, coördinatie. De ballonen aan het plakband plakken.
Fijne motoriek: Als ze de ballon vasthouden of tikken, leren ze hun hand-oogcoördinatie verbeteren.
Cognitieve ontwikkeling:
Denken: Kinderen bedenken manieren om de ballon vooruit te krijgen, zoals blazen, tikken of rollen.
Taal: Door de simpele spelregels leren ze luisteren, onthouden en deze regels toepassen.
Socio-emotionele ontwikkeling:
Sociaal: Als de ballonrace in duo's of groepen wordt gedaan, leren peuters samenwerken en elkaar aanmoedigen.
Emotioneel: Ze leren omgaan met het winnen of verliezen, wat belangrijk is voor de emotionele groei.
Sociaal: Ze leren om te wachten op hun beurt, rekening te houden met anderen en te communiceren tijdens het spel.
Ervaringsgebieden:
- Communicatie en expressie
- Ik en de ander
- Lichaam en beweging
Materiaal + verantwoordelijke
- Plakband
- Ballonen (hartjes)
Ikzelf zorg dat ik het materiaal mee heb naar stage.
Schets inrichting speldomein (kies de juiste opstelling uit de bijlage op SMS of teken zelf mét legende)
Kindjes verdelen in twee groepen en lopen naar het plakband
Wie zet wat op voorhand klaar? (Verduidelijk eventueel in je schets)
Ik zet alles klaar van het plakband en de ballonen opblazen
Spelregels
Schrijf de basisspelregels uit.
- Zorg ervoor dat de ruimte veilig is, zonder scherpe hoeken of obstakels.
- Gebruik zachte ballonnen zodat er geen ongelukken kunnen gebeuren.
- Houd de spelregels simpel, bijvoorbeeld: Wie krijgt zijn ballon als eerste aan het plakband?
- Geef ieder kind de kans om mee te doen.
Moeilijkheidsgraden
Noteer hier hoe je de spelregels kan vereenvoudigen en moeilijker maken voor de doelgroep (= drie moeilijkheidsgraden).
Makkelijk:
Regels: De kinderen tikken of blazen de ballon gewoon vooruit, zonder competitie of tijdslimiet.
Spelvorm: Laat ze de ballon bijvoorbeeld van het ene punt naar het andere rollen (met handen of voeten).
Begeleiding: De begeleider moedigt de kinderen aan en helpt als de ballon wegrolt.
Cognitief: Er zijn minimale regels; het doel is vooral om de ballon te verplaatsen.
Gemiddeld:
Regels: De kinderen moeten hun ballon blazen of tikken over een korte afstand naar een vaste lijn of hoepel.
Spelvorm:
- Maak een parcours met obstakels, zoals stoelen of kussens waar ze omheen moeten bewegen.
- Ze kunnen samenwerken in tweetallen om de ballon vooruit te tikken zonder hem kwijt te raken.
Cognitief: De peuters moeten zich meer concentreren en leren samenwerken of zelfstandig doelen bereiken.
Moeilijk:
Regels:
- Ze mogen de ballon alleen met een specifiek lichaamsdeel (bijvoorbeeld met hun hoofd of voeten) verplaatsen.
- Maak het competitiever door een tijdslimiet in te stellen of te kijken wie als eerste een doel bereikt.
Spelvorm:
- Een echt parcours waarbij ze door tunnels moeten kruipen, over een mat moeten springen of balanceren op een lijn, terwijl ze de ballon meenemen.
- Laat hen proberen de ballon in een hoepel of mand te krijgen.
Cognitief: Dit niveau vereist focus, motorische beheersing en het volgen van meerdere regels tegelijk.
Uitleg van de activiteit (inleiding – midden – slot)
Zorg voor een creatieve inleiding (= op welke manier maak je de kindjes warm om deel te nemen aan je activiteit) en een creatief slot (sluit de activiteit op een leuke manier af).
Inleiding
Hallo allemaal! We gaan een heel leuk spel doen: een ballonrace! Jullie krijgen allemaal een ballon, en het is de bedoeling dat je die helemaal naar de finish brengt, daar aan de overkant
Midden
De kinderen gaan in 2 rijen staan en proberen zo snel mogelijk hun ballonen aan het plakband te hangen. De eerste groep die klaar is heeft gewonnen.
Slot
Hoera! Iedereen heeft zijn ballon naar de finish gebracht, wat knap van jullie! Jullie hebben allemaal fantastisch meegedaan. Wat vonden jullie het leukste aan het spel? Laten we nu samen de ballonnen opruimen.
Wie doet wat tijdens de activiteit?
Kinderen lopen met hun ballonen naar de overkant en plakken het aan het plakband en ikzelf help waar nodig en moedigt hen aan
Wie voert de nazorg uit?
De kindjes en ik proberen samen alles op te ruimen
